PBM in de energiesector: “Hoe meer externe factoren, hoe minder controleerbaar de werkomgeving”
Met haar grote diversiteit aan activiteiten en in elkaar overlopende risico’s is de energiemarkt een behoorlijk complexe omgeving voor iedereen die met veiligheid te maken krijgt. Mark den Hooglander (HAVEP), Michel Jochems (Brady), Martin Verkamman (3M) en Ansell-duo Patrick Roos en Joris Van Liefde gaan hierover in gesprek.

“Alleen al de grote windambities op de Noordzee zullen 91.000 extra banen creëren. Banen die bescherming vergen.”
Een bloeiende markt?
En of dit een sector is die aan belang en volume wint. “Sla de krant open en je ziet het meteen: alweer een nieuw zonnepark of een volgende innovatie in groene energie”, beschrijft Mark het huidige tijdsgewricht, waarin fabrikanten van PBM een cruciale rol spelen. Joris noemt op zijn beurt de intensieve elektrificatie van het wagenpark, “met als gevolg een opgeschroefde batterijproductie”, en Martin de vele ontwikkelingen in wind- en waterkracht. “Alleen al de grote windambities op de Noordzee zullen 91.000 extra banen creëren. Banen die bescherming vergen.”
Toch zijn er de nodige randvoorwaarden. Ten eerste is het een kwestie van menselijk kapitaal, merkt Patrick op. “Je hebt vakmensen nodig, voor zowel de bouw als het onderhoud van wind-, zonne- en batterijparken of andere infrastructuur. En die zijn vrij dun gezaaid.” Ten tweede is er de politiek. Martin: “Wij kunnen wel voorspellingen doen over de groei van de markt, maar uiteindelijk hangt de snelheid van de energietransitie ook af van Brussel en Den Haag. Denk bijvoorbeeld aan de stikstofregels, die de voor de vergroening vereiste netversterking in het gedrang brengen.” Michel knikt instemmend. “Wij bereiden ons voor en creëren oplossingen om de transitie te ondersteunen. Maar de transitie zelf, die moet nog meer vaart krijgen.”
Risico's in overvloed
De experts zijn het er roerend over eens: hoewel er geen sprake is van een apart, specifiek ontwikkeld portfolio aan beschermende kleding en accessoires, hebben de inkopers van PBM in de energiesector geen vanzelfsprekende functie. Er komen immers heel wat verschillende werkzaamheden en zo ook risico’s samen. Grote(re) risico’s, bovendien. “Arbeiders zijn vaker buiten, in de diepte en op – hogere – hoogte actief dan in andere industrieën”, weet Martin. “Daarnaast vinden onderhoudswerkzaamheden vaak ’s nachts plaats en is een hoogspanningskabel natuurlijk niet te vergelijken met een elektriciteitskastje in de wijk.” Het ene werk is het andere niet, bevestigt Joris. “Het bouwen van een windmolen verschilt op zich niet van een ander project. Maar als je dat op zee doet, is de context helemaal anders.” “Hoe meer externe factoren, hoe minder controleerbaar de werkomgeving”, besluit Michel.
Daarnaast is er altijd nog de menselijke component, beseft Martin. “Stel: na een incident zitten 18.000 gezinnen zonder stroom. Vanuit de wens om hen zo snel mogelijk te helpen, groeit het risico dat een medewerker zich onveilig gedraagt.” Net daarin schuilt volgens Mark het belang van adequate risicoanalyses. “Als je precies weet wat de gevaren zijn, kan je procedures uitwerken – met PBM als laatste redmiddel – om veiligheid, comfort en snelheid te verbinden.”
De leidraad die soms wel een struikelblok blijkt
Veel – op elkaar inwerkende – risico’s, maar geen specifieke PBM. Dat betekent dat er in dit verhaal ook heel wat normen samenkomen. “Een grote uitdaging”, benadrukt Joris. “Zeker in kleinere bedrijven, waar een preventieadviseur of veiligheidskundige er vaak alleen voor staat om dat hele pakket aan PBM te beheren. Het is geen eenvoudige opgave om al die – veranderlijke – normen tot in detail te kennen.” “Daar ligt een cruciale rol voor ons als producent”, vult Mark aan. “Kwalitatief materiaal op de markt brengen, volstaat niet. We moeten onze klanten begeleiden, met advies op maat en ondersteunende tools.”
Over het belang van die rol heerst duidelijk consensus aan tafel. Net als over het startpunt daarbij. Patrick: “Het is aan ons om kritisch om te springen met elke bestelling en na te gaan voor welke processen een PBM nodig zou zijn. Zo komen we tot de ideale selectie.” Maar daarmee is het traject nog niet ten einde. “Begeleiding bij de implementatie, met trainingen om een goed gebruik te stimuleren, is minstens even belangrijk.” En dat mag – ook gezien het verloop in de sector – geen eenmalige oefening zijn. Herhaling is een sleutelwoord, voor zowel de risicoanalyses als de opleidingsmomenten. Die de overheid misschien zelfs zou moeten verplichten, aldus het panel.
In een ideale wereld sluiten de normen van de verschillende productcategorieën mooi bij elkaar aan, maar dat is volgens Martin nog onvoldoende het geval. Niet alleen in de bedrijfswereld ontbreekt het soms aan de kennis om pakweg een veiligheidsjas en handschoenen qua normering op elkaar af te stemmen, ook de normcommissies zelf vergeten de brug te slaan. “Ze beperken zich elk tot hun eigen domein. Dat silodenken moet dringend doorbroken worden. Net als het waanbeeld dat valbeveiliging, die zelfs uit bepaalde testnormen verdwijnt, geen primaire PBM zou zijn.” En zo hangt de bescherming tegen een reëel gevaar als vlamboog noodgedwongen af van eigen tests...

“Als je precies weet wat de gevaren zijn, kan je procedures uitwerken – met PBM als laatste redmiddel – om veiligheid, comfort en snelheid te verbinden.”
Durf te vragen
Tal van uitdagingen dus, op meerdere niveaus. Het is essentieel om die zo snel mogelijk weg te werken, zodat de markt helemaal klaar is om de innovatiebeweging in een stroomversnelling te brengen. “Hoe sneller de energietransitie verloopt, hoe groter de druk op de werkvloer”, stelt Michel. “Het blijft daarom noodzakelijk om proactief na te denken over veiligheid.”
Gelukkig weerspiegelt de innovatietrend zich ook in de veiligheidsprocessen. Bij de PBM-fabrikanten, die allemaal fors investeren in R&D en met hun aanbod steeds beter balanceren tussen veiligheid, duurzaamheid en gebruiksvriendelijkheid, én bij de eerste stappen van preventie en bescherming. “Tot voor kort merkte je de zelfontbranding van een batterij pas op wanneer het al te laat was. Dankzij een nieuw detectiesysteem is het nu mogelijk om op tijd in te grijpen.”
Energetische vernieuwing moet kortom hand in hand gaan met een alsmaar betere bescherming van de vaklui die deze sector overeind houden, gebaseerd op frequente risicoanalyses en – hopelijk – eigentijdse normen. Dat vraagt veel kennis en kunde van alle betrokken partijen, en daaraan willen alle fabrikanten aan tafel hun steentje bijdragen. “Durf te vragen”, klinkt het in koor. “Wij staan altijd paraat om te helpen.”