Aanblaasfiltersystemen

Comfortabel ademen met aanblaasfiltersystemen


Op veel werkplekken zweeft stof in de lucht. Grof stof, fijn stof of ultrafijnstof zoals roetdeeltjes van verbrandingsprocessen of micro-organismen. Deze stoffen kunnen irriterend, schadelijk of zelfs giftig zijn, dus ze mogen niet of slechts in zeer kleine hoeveelheden in onze longen terechtkomen. Een simpel half- of volgelaatsmasker met filter kan inademing van stof tot op zekere hoogte voorkomen, maar zorgt ook voor ongemak en ontevredenheid. Gelukkig zijn er naast de passieve ademluchtfilters ook motoraangedreven aanblaasfilters die veel beter beschermen en die je niet uitputten door zwaar inademen. In het Engels heten die systemen PAPR (Powered Air Purifying Respirators).

Sinds de mondkapjesdraagplicht tijdens de Covid-19 pandemie weet iedereen hoe hinderlijk en ongemakkelijk het is om lange tijd adembescherming te moeten dragen. Het was een confrontatie met beslagen brillen, de eigen adem (water en CO2) en slecht verstaanbare excuses voor het wel of juist niet gebruiken van het beschermingsmiddel. Deskundigen die eerst openlijk twijfelden aan het nut van adembescherming tegen virussen zijn achteraf overtuigd: filters beschermen wel degelijk, ook tegen aerosolen in de vorm van niesnevels of spraakwater. Dat het comfortabeler en effectiever kan dan we tijdens de pandemie gewend waren behoeft geen betoog.

Aanblaasfiltersystemen

Adembescherming op de werkplek

Zodra de omgevingslucht een risico gaat vormen voor de werkende mens, moet een werkgever maatregelen nemen volgens de wet (Arbowet in Nederland en de wetgeving die welzijn op het werk regelt in België). Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn daarbij niet de eerste keuze. Eerst moet de bron worden bestreden. 

Na voldoende inspanning om een gevaarlijke stof niet meer te gebruiken of te produceren (nergens asbest meer, geen verbrandingsmotoren en al helemaal geen diesels en vervanging van gevaarlijke stoffen) is afscherming en/of ventilatie aan de beurt. Belastende processen worden geïsoleerd in compartimenten waar geen mensen komen en blootstelling wordt voorkomen. Organisatorische maatregelen zoals een veilige taakplanning en de lay-out van een werkvloer helpen om zo min mogelijk personen aan risico’s bloot te stellen. Pas als al het mogelijke is gedaan mag het restrisico worden beheerst met persoonlijke beschermingsmiddelen. Dat is de arbeidshygiënische strategie.

Twee soorten adembescherming

Adembescherming is in te delen in twee hoofdgroepen: omgevingsluchtafhankelijke (filters) en omgevingsluchtonafhankelijke adembescherming (met cilinders/autonoom of via leidingen). Ademluchtfiltersystemen benutten de lucht in de (directe) omgeving van de drager. Filters kunnen stof, nevel en, tot op zekere hoogte, gassen en dampen invangen (adsorberen), zodat de gebruiker alleen de veilige en noodzakelijke bestanddelen inademt. Die bestanddelen zijn 78% stikstof, bijna 21% zuurstof, wat waterdamp, sporen van edelgassen en 0,04% kooldioxide. 

1. Omgevingsluchtonafhankelijke adembescherming

Als de basissamenstelling heel anders is, bijvoorbeeld door een tekort aan zuurstof, of als de samenstelling van de lucht op een werkplek onbekend en vermoedelijk risicovol is (onbekende processen, niet gemeten en besloten ruimten) mag alleen onafhankelijke adembescherming worden toegepast. Een filter kan er immers nooit zuurstof bij maken, en of het onbekende stoffen voldoende en lang genoeg tegenhoudt is niet ‘op het gevoel’ te bepalen. 

2. Omgevingsluchtafhankelijke adembescherming

Bij afhankelijke adembescherming zal de samenstelling van de lucht en de soort en concentratie van ongewenste stoffen bekend moeten zijn. Meestal geldt dat hoe effectiever een filter moet zijn, hoe belastender en hoe duurder het beschermingsmiddel wordt. Bij afhankelijke adembescherming is de keuze van de juiste filters zeer belangrijk, net als de bepaling van de effectieve inzetduur. Een stoffilter raakt langzaam verstopt (de ademweerstand loopt op) en een gas/dampfilter raakt verzadigd en zal na enige tijd niets meer adsorberen, wat vooral bij reukloze gassen ongemerkt kan optreden.

Adembescherming

Het restrisico en de keuze van adembescherming

Of ‘atmosferische’ restrisico’s aanvaardbaar zijn zonder of met adembescherming is geen nattevingerwerk. Hoeveel kwartsstof, roet, houtstof, ammoniak, benzeendamp of andere ongewenste bestanddelen de lucht mag bevatten, volgt uit normen en uit de grenswaarden die voor stoffen zijn vastgelegd door het RIVM (algemeen) en onder andere het Ministerie van SZW en de SER voor de werkplek.

Arboprofessionals zoals arbeidshygiënisten en gespecialiseerde veiligheidskundigen kunnen specifieke verontreinigingen meten en aan de hand van modellen, tabellen en calculaties afleiden welke bescherming minimaal noodzakelijk is. Als een gekozen beschermingsmiddel daar aantoonbaar aan voldoet mag een werkgever zijn werknemers met die middelen uitrusten en aan het werk zetten. Voor bijvoorbeeld CMR-stoffen (carcinogeen, mutageen of reprotoxisch) zijn de eisen veel strenger dan voor irriterende stoffen zoals naaldhoutstof of meel.

Masker of kap

Naast de aard van een stof speelt ook de tijdsduur van blootstelling een rol. Bij kortdurende blootstelling mag bij de meeste stoffen de concentratie hoger zijn dan wanneer een werknemer de hele dag in een verontreinigde atmosfeer moet werken. Ook worden de eisen aan beschermingsmiddelen strenger naarmate het risico toeneemt. “Dat is terecht”, zegt Mark Schilte, Product Manager Adembescherming van Dräger Nederland. “Een stofmaskers voldoet misschien even tijdens een laadof losactie van cement, maar als je de hele dag slijpt en last is dat om allerlei redenen geen optie. Dan gebruik je of een airlinesysteem of een aanblaasfiltersystemen met geschikte filters. De laatste biedt meer bewegingsvrijheid.

Ook moet je rekening houden met de algemene eis dat je arbeidsmiddelen moet aanpassen aan de individuele werknemer. In cleanrooms en laboratoria, en ook bij op- en overslag van chemicaliën zien we steeds vaker aanblaasfiltersystemen in combinatie met een hoofdkap. Een persoonlijke bril kan er gewoon onder. Een hoofdkap of helm met groot vizier is vaak ook een aanvaardbare optie voor baarddragers, die met een half- of volgelaatsmasker nooit een goede afdichting kunnen bereiken. Een kap geeft je ook een vrijer gevoel. Er zit namelijk geen afdichtrand op je gezicht en je krijgt uit een aanblaasunit een regelbare luchtstroom die condens voorkomt en daarnaast je gezicht koelt.”

Aanblaasfiltersystemen

Ademweerstand en protectiefactoren

Passieve filters zijn altijd een compromis tussen effectiviteit en doorstroomweerstand. Een ultrafijnstoffilter moet zeer fijnmazig zijn en een zo groot mogelijk oppervlak hebben om de luchtstroom niet teveel te remmen. De adsorberende componenten in een gasfilterbus moeten goed in contact komen met de lucht. Dit vereist een zeer fijnmazig netwerk van kanaaltjes tussen de gebonden korrels en een totaal ‘actief oppervlak’ van soms wel een heel voetbalveld om te zorgen dat het niet al na enkele ademteugen verzadigd is. Hoe hoger de ademweerstand wordt, hoe zwaarder een gebruiker het krijgt en hoe groter de hoeveelheid leklucht langs afdichtingen zal zijn.

Schilte: “Met meerdere filterbussen of een enorm groot opgevouwen stoffilter kun je wel proberen de ademweerstand te verkleinen, maar de veiligste en comfortabelste oplossing is een aanblaasunit op een accu. Je stelt de flow in en het toestel houdt die automatisch in stand, ook als een stoffilter langzaam dichtslibt. Een moderne PAPR bewaakt zelf de weerstand en waarschuwt bij verzadiging van het partikelfilter. En door de lichte overdruk in een masker of kap zal een lekkage niet direct leiden tot instroom van ongewenste stoffen van buiten, vandaar dat je met goede systemen hoge protectiefactoren kunt halen. Dat kan zelfs voldoende zijn voor zware industriële toepassingen.”

Andere eisen aan PAPR

“Aanblaasunits draag je meestal aan een heupgordel”, vervolgt Schilte. “Ze bevinden zich dan met hun ingebouwde accu opzij of achter je lichaam omdat ze daar het minst in de weg zitten en ook iets schonere lucht aanzuigen dan aan je voorkant, waar meestal de schadelijke stof vrijkomt. Bij het hogedrukreinigen of vloeistofspuiten wil je ook niet dat er onnodig veel spuitnevel in het filter komt. Rechtstreeks erin spuiten wordt sowieso al tegengegaan door een spatkap of aanzuiglabyrint, afhankelijk van het ontwerp. En bij het afspoelen of reinigen van de buitenkant zet je hem eerst uit. Voor decontaminatie onder een douche, moet je even kijken in de handleiding of dat kan en hoe dat dan eventueel moet. Er is altijd een IP-aanduiding te vinden die iets zegt over de water- en stofdichtheid. Sommige toestellen hebben een indicator die je moet kunnen zien, sommige een akoestisch alarm en soms ook een trilsignaal dat waarschuwt voor fouten of een verzadigd filter. En als je in een explosiegevaarlijke omgeving werkt, mag je niet iedere aanblaasunit gebruiken. Hij zal een Ex-zone classificatie moeten hebben. De belangrijkste eisen zijn dat het goed beschermt en dat je er niets mee fout kunt doen.”

Aanblaasfiltersystemen

Niet-draagfactor

De achilleshiel van persoonlijke beschermingsfactoren is niet de technische kwaliteit maar de discipline of de bereidheid van de werknemer om ze ook daadwerkelijk te gebruiken. Als naast de veiligheidskundige of de SHE-manager ook de werknemer een stem heeft, zal misschien niet de in aanschaf voordeligste passende optie worden geselecteerd, maar de optie die de werkvloer gezond, gelukkig én productief houdt. Dat is van onschatbare waarde. Schilte zegt daarover: “Dat we met de Dräger X-Plore 8500 door het uitvoeren van een SWPFstudie een TPF halen van 1000 halen is helemaal fantastisch.”

Geen knutselwerk

Moderne aanblaassystemen worden als samenstel gekeurd met hun slangen, kappen, helmen, maskers en filters. Zelfs een automatische laskap moet als samenstel met de andere onderdelen CE-gemarkeerd zijn om te mogen worden ingezet als PBM. Klassieke universele roldraadaansluitingen van het type RD 40 nodigen uit om standaard filterbussen aan te sluiten. Die zijn niet altijd gemaakt voor aanblaasunits maar voor minimale ademweerstand bij lagere luchtvraag. Een aanblaasunit trekt er flink meer lucht doorheen, afhankelijk van de instellingen (die altijd de minimale voorgeschreven flow-rate moeten halen). Wie afhankelijke adembescherming gebruikt maar het comfort van PAPR nog nooit heeft ervaren doet zichzelf tekort.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Dräger. 

Meer over adembescherming